Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof
1. AanvangscompetentiesBij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
De student heeft een levendige interesse in het latere werkveld (zowel voor kleine als grote huisdieren) en is bereid zich in te spannen om de 'handling' van de verschillende diersoorten - die onderdeel vormen van de brede opleiding tot dierenarts - zich eigen te maken.
2. EindcompetentiesDe student kan het normale en abnormale gedrag van carnivoren, herkauwers, paard, varken en pluimvee, herkennen. De student is in staat carnivoren, herkauwers, paard, varken en pluimvee te hanteren en de bewegingsvrijheid te beperken op een veilige en ethisch verantwoorde manier. De student ervaart de omgeving waarin de verschillende diersoorten relevant voor de opleiding zijn gehuisvest. Binnen het theoretisch kader van het opleidingsonderdeel verwerft de student meer kennis over de neurobiologische basis van het gedrag, de werking van uitwendige prikkels, communicatieve signalen. De student kan de wederzijdse beïnvloeding van hormonen en gedrag verwoorden en verklaren, alsook de biologische klok. De student kan met deze kennis de veroorzaking van gedrag verklaren. De studenten kunnen de structuur van gedrag toelichten ahv de temporele en hiërarchische organisatie en de gedragsontwikkeling zowel vanuit een ontogenetisch als vanuit een fylogenetisch perspectief . Ze begrijpen de voor- en nadelen van het groepsleven van dieren. De studenten kunnen de invloed van de domesticatie op het gedrag beschrijven en de factoren die het dierenwelzijn kunnen beïnvloeden bespreken. De studenten zijn in staat deze kennis over het gedrag toe te passen bij het benaderen / het hanteren van de verschillende diersoorten.
3. InhoudHet opleidingsonderdeel omvat een inleiding die aangeeft hoe het lessenpakket, de excursies en de stage is opgebouwd. Deze inleiding wordt afgewisseld met excursies naar relevante bedrijven. In het opleidingsonderdeel Ethologie en Dierenwelzijn wordt stilgestaan bij de neurologische basis van gedrag en bij de klassieke en moderne benaderingen van de gedragsbiologie. Hierbij staat de causaliteit en de functie van gedrag voorop. De organisatie en de fysiologie van het gedrag wordt beschreven, alsook de ontogenetische en fylogenetische ontwikkeling. Het ontstaan en de functie van het leven in groep wordt geanalyseerd. Na een kennismaking met de domesticatie en de omschrijving van het dierenwelzijn, worden de ethogrammen van enkele huisdieren (kat, hond…) beschreven. Tot slot wordt nagegaan welke abnormale gedragingen zich kunnen voordoen bij verschillende diersoorten en hoe ze kunnen worden verklaard teneinde eventueel te remediëren. Ondertussen vervullen de studenten een stage van 3 weken (gespreid) waarvan 2 weken extra muros en 1 week intra muros tijdens dewelke de verschillende handelingen kunnen worden ingeoefend. Ook worden verschillende practica georganiseerd waarbij deze handelingen nog eens extra geduid worden.
4. WerkvormenContactmomenten:
HoorcollegesPracticaVaardigheidstrainingenExcursie
Stage
Portfolio
5. EvaluatievormenExamen:
Schriftelijk zonder mondelinge toelichtingGesloten boekOpen vragenSchriftelijk werkstuk:
zonder mondelinge toelichtingStage-evaluatie
6. Studiemateriaal6.1 Noodzakelijk studiemateriaal- syllabus, stageboek
6.2 Facultatief studiemateriaalHet volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
Alcock, J. 2005. Animal Behaviour. Eighth edition. Sinauer Associates.
7. Contactgegevens en begeleidingvoor stage en handling: - dierenarts Lies Jordaens, lies.jordaens@ua.ac.be - prof. P. Bols, peter.bols@ua.ac.be - prof. C. Van Ginneken, chris.vanginneken@ua.ac.be UA-CDE, universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk tel: 03/8202393 of 03/8202434 voor Ethologie, Dierenwelzijn en Abnormale gedragingen: - prof. Ester Struelens: ester.struelens@ua.ac.be
(+)laatste aanpassing: 17/02/2011 15:19 chris.vanginneken