Universiteit van Antwerpen
18/06/2013 - 06:47
(c)
http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=ellen.decraene&n=28&ct=ood2011&e=616&detail=1039FLWGES
Cursusinformatie

Bachelorscriptie
Studiegidsnr:1039FLWGES
Vakgebied:Geschiedenis
Semester:1e en 2e semester
Inschrijvingsvereisten:Bachelorscriptie Geschiedenis.
De student wordt enkel tot de bachelorscriptie toegelaten indien hij ten minste op één van de twee Oefeningen (Oefeningen 1 in Ba 1 of Oefeningen 2 in Ba 2) 10/20 en op de andere ten minste 9/20 heeft behaald.
Contacturen:30
Studiepunten:12
Studiebelasting:336
Contractrestrictie(s):Geen contractrestrictie
Instructietaal:Nederlands
Examen:1e en/of 2e semester
Lesgever(s)Bert De Munck
Reinoud Vermoesen
Marnix Beyen
Guido Marnef
Tim Soens
Ellen Decraene
Annelies De Bie
Maïka De Keyzer
Vincent Scheltiens
Eline Van Onacker
Sonja Deschrijver
Kaspar Beelen

 

Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof


1. Aanvangscompetenties

Bij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:

- Toepassen van de beginselen van de historische kritiek.
- Voor Middeleeuwen, Nieuwe en Nieuwste Tijd: kennis van het heurisitisch apparaat en van de toepassing daarvan; basiskennis van de belanrijkste typebronnen en van het belang en de mogelijkheden daarvan.


2. Eindcompetenties


De studenten kunnen de tijdens Bachelor 1 en 2 verworven historische competenties op een zelfstandige wijze toepassen en integreren, om over een duidelijk afgebakend historisch thema een publiceerbaar wetenschappelijk artikel te schrijven. Zij kunnen mondeling rapporteren over hun werkwijze en onderzoeksresultaten en hierover op een constructieve wijze in discussie treden met hun medestudenten, die over vergelijkbare onderwerpen werken.


De studenten die slagen voor dit vak
- tonen een voortdurende wetenschappelijke nieuwsgierigheid naar historische kennis en hebben de vaardigheden om hun kennis van en inzicht in historische fenomenen efficiënt uit te breiden;
- hebben de kennis, vaardigheid en attitude om kritisch en historisch contextualiserend te denken;
- kunnen een eenvoudige historische vraagstelling ontwikkelen en uitwerken tot een wetenschappelijke studie;
- kunnen de wetenschappelijke debatten uit de internationale vakliteratuur begrijpen en opvolgen (in het Nederlands, Engels en Frans);
- kunnen zich op basis van de informatie, verzameld uit een veelheid van informatiekanalen en bronnen, een coherent beeld vormen van de status quaestionis van een bepaald historisch probleem, debat of concreet onderwerp;
- hebben een basiskennis van de historische kritiek, de historiografie, de voornaamste historische hulpwetenschappen en de voornaamste heuristische hulpinstrumenten;
- kunnen de basisprincipes van de historische methode toepassen op concrete historische en actuele vraagstukken en bronnen;
- hebben een sterk ontwikkelde kritische attitude ten aanzien van overgeleverde kennis, opinies, methodes, theorieën, modellen en concepten, de historiciteit van taal en ten aanzien van de diverse bronnen en informatiedragers ervan;
- hebben de attitude om actief deel te nemen aan het wetenschappelijke debat binnen hun discipline;
- beschikken over een basiskennis van en inzicht in historische hulpwetenschappen en kunnen die kennis en dat inzicht efficiënt uitbreiden;
- kunnen hulpwetenschappen toepassen die onontbeerlijk zijn voor historisch wetenschappelijk onderzoek, zoals bijvoorbeeld paleografie, iconografie en  kwantitatieve methoden;
- hebben een basiskennis van de (historische) informatiekunde voor heuristische, analytische en communicatieve doeleinden;
- kunnen zowel zelfstandig werken als in teamverband;
- kunnen zeer goed analyseren, synthetiseren en complexe dossiers helder en correct verwoorden, zowel schriftelijk als mondeling, voor een publiek van specialisten en niet-specialisten;
- kunnen de eigen deskundigheid actueel houden in een proces van levenslang leren;
- beschikken over een basiskennis van en elementaire inzichten in het brede domein van de gedrags- en menswetenschappen, zoals onder meer de sociale wetenschappen, de economie, de filosofie en de sociale geografie, en kunnen inzichten uit de gedrags- en cultuurwetenschappen integreren in het historisch onderzoek;
- hebben een open geest, leergierige attitude en grote alertheid voor recente ontwikkelingen binnen het eigen vakgebied, de gedrags- en menswetenschappen en de samenleving in het algemeen.
 




3. Inhoud


Voor de bachelorscriptie worden de studenten onderverdeeld in vier of vijf groepen groepen (van maximaal 12 studenten), die elk rond verschillende perioden en verschillende thematieken werken. De concrete informatie (inhoud, structuur, fasering, enz.) wordt voor de vier verschillende groepen meegedeeld via Blackboard.
 


4. Werkvormen
Contactmomenten:
  • Seminaries

  • Eigen werk:
  • Oefeningen
  • Opdrachten:Individueel
  • Scriptie: Individueel

  • Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)


    5. Evaluatievormen

    Schriftelijk werkstuk:
  • met mondelinge toelichting

  • Presentatie

    6. Studiemateriaal

    6.1 Noodzakelijk studiemateriaal


    Er wordt een syllabus te beschikking gesteld. Voor elke bijeenkomst wordt verplichte lectuur opgegeven.
    Bij de voorbereiding van de scriptie dienen de studenten zelf een heuristische strategie uit te werken.

    6.2 Facultatief studiemateriaal

    Het volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.

    In de syllabus zit een uitgebreide literatuurlijst.


    7. Contactgegevens en begeleiding

    (+)laatste aanpassing: 13/10/2011 21:54 bert.demunck  

     
    Inhoudsverantwoordelijke(n) : ellen.decraene