Ik ben een doctoraatsstudente aan het Labo voor Functionele Morfologie van het departement Biologie. Mijn onderzoek richt zich op het effect van een complexe omgeving op de locomotie.
Gibbons en siamangs zijn kleine apen die leven in het oerwoud van Indonesië en Maleisië. Ze zijn enorm bekend door hun lange armen waarmee ze schijnbaar moeiteloos door de bomen slingeren. Brachiatie is de term die gebruikt wordt om dit armslingeren te beschrijven en het mechanisme hierachter (het pendulum) werd reeds meermaals beschreven als zeer energetisch efficiënt. Er is namelijk een continue uitwisseling tussen snelheid (kinetische energie) en hoogte (potentiele energie) van het lichaam, waardoor er weinig extra energie (uit spierkracht) moet geleverd om deze beweging in gang te houden. deze berekeningen werden echter steeds gedaan in laboratorium omstandigheden, waar de aangeboden handgrepen zich op gelijke hoogte en op vaste afstand van elkaar bevinden. Het Aziatisch oerwoud is een stuk minder voorspelbaar dan zo'n labo-omgeving en desondanks kunnen gibbons zich ook hier vlotjes door bewegen.
Het doel van mijn onderzoek is om na te gaan hoe, biomechanisch gezien, gibbons zich voortbewegen in en zich aanpassen aan een meer complexe omgeving. Daarom wordt er met verschillende setups gewerkt waarbij de afstand tussen en de hoogte van de handgrepen kan geregeld worden alsook de veerbaarheid van de handgrepen. De dieren zullen over deze setups brachiëren en hun bewgingen zullen door middel van kinematische (videografisch) en kinetische (krachtmetingen) dataverzameling geanalyseerd worden. ook zal er nagegaan worden of en hoe snel de dieren zich aanpassen aan een nieuwe setup, dit zal ons ook iets meer leren over de coordinatie en controle waarmee deze dieren bewegen.
|