|
|
|
Vakbeschrijvingen
|
|
|
Arbeid en beleid
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | 1MSEWCL006 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 12 | | Uren Studietijd: | 336 | | Uren theorie: | 60,00 | | Uren praktijk: | 20,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 1 | | Titularis(sen) | Ive Marx Erik Henderickx Walter Nonneman
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
Basis micro-economie.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De belangrijkste doelstelling van dit opleidingsonderdeel is de studenten in staat te stellen arbeidsvraagstukken zelfstandig vanuit een interdisciplinaire invalshoek te benaderen en te begrijpen. Dit impliceert dat studenten vertrouwd zijn met sociologische en economische benaderingen van arbeidsvraagstukken, met inbegrip van bijhorende concepten, theoretische kaders en empirische strategieën. Studenten zijn ook vertrouwd met sleutelbevindingen uit empirisch onderzoek en ze kunnen zelfstandig empirisch onderzoek uitvoeren en hierover rapporteren. Ze zijn in staat om economische en sociologische benaderingen te integreren.
3. Inhoud
De studenten volgen de state-of-the-art cursus in de arbeidssociologie binnen het departement sociologie (PSW) en de cursus arbeidseconomie in TEW (telkens voor 4 studiepunten). De derde component van de cursus bestaat uit een individuele paper waarin zowel economische als sociologische inzichten en methodes worden toegepast op een onderwerp dat zich situeert in de nexus arbeid/welvaart/beleid. Op regelmatige georganiseerde groepsvergaderingen bespreken studenten hun voortgang and leveren ze feedback aan medestudenten. In de laatste vergaderingen presenteren en verdedigen ze de paper.
De focus ligt op o.a. de volgende onderwerpen: - Wat zijn de relevante contingenties voor het arbeidsbestel en de welvaartsstaat? - Wat is de impact van deze contingenties (vb. globalisering, technologie, …) op de arbeidsorganisatie, -markt en -verhoudingen? - Hoe manifesteert het spanningsveld tussen solidariteit (sociale cohesie) en (economische) competitiviteit zich in relatie tot het arbeidsbestel? - Welke relaties bestaan er tussen de arbeidsmarkt, -verhoudingen en -organisatie? En hoe zijn deze empirisch te bestuderen? - Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen in de productieparadigma’s en wat zijn hiervan de gevolgen? - Is er sprake van divergerende of convergerende arbeids(markt)verhoudingen binnen een Europese context? - Hoe relateert arbeid zich tot welvaart, sociale zekerheid en armoede?
Synthese onderzoeksopdracht: De gezamenlijke praktijkopdracht wordt gecoacht door de docenten die bij de thematische cluster betrokken zijn. Het is een opdracht waarin de studenten sociologische en economische teksten met betrekking tot een actueel thema in de sfeer van arbeid zelf verwerken tot een individueel schriftelijk werkstuk. Dit wordt mondeling voorgesteld (voor de medestudenten en de betrokken docenten) en verdedigd. Examenvorm clusters Master SEW:
De theoretische gedeelten van de thematische cluster worden apart geëxamineerd. In de syntheseopdracht -die een derde component van de beoordeling vormt- wordt van de studenten verwacht dat ze hun kennis vanuit de twee perspectieven samen brengen. In tegenstelling tot de twee andere opleidingsonderdelen loopt deze syntheseopdracht door tot in het tweede semester. Vervolgens gaan de docenten over tot één gezamenlijke beoordeling voor de hele cluster.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesSeminariesWerkcolleges Eigen werk: Opdrachten:IndividueelOpdrachten:In groep Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges) Projectwerk:In groep
5. Evaluatievormen Examen: Schriftelijk met mondelinge toelichtingMondeling met schriftelijke voorbereiding Permanente evaluatie: OpdrachtenMedewerking tijdens de contactmomenten Schriftelijk werkstuk: zonder mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal
Voor de economische component: Sapsford and Tzannatos, (1993) The Economics of the Labour Market, Macmillan
Voor de sociologische component wordt het studiemateriaal meegedeeld via Blackboard.
7. Facultatief studiemateriaal Voor de economische component: Borjas J.G. (2008), Labor Economics (4nd ed.) McGraw-Hill International Edition Smith S. (2003), Labour Economics (2nd ed) Routledge
Voor de sociologische component wordt het studiemateriaal meegedeeld via Blackboard.
8. Studiebegeleiding
Contacteer de betrokken docenten:
www.ua.ac.be/ive.marx; www.ua.ac.be/erik.henderickx; www.ua.ac.be/stefan.kesenne .
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 30/09/2010 13:59 ilke.franquet
|
|
|
Masterproef partim I: Werkcollege SEW
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | 1MSEWMPDL1 | | Semester: | 1e en 2e semester | | Studiepunten: | 3 | | Uren Studietijd: | 84 | | Uren theorie: | | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 2 | | Titularis(sen) | Ive Marx
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | geen inschrijving onder examencontract |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
De student beschikt over de capaciteit om mondelinge presentaties te geven voor een beperkte groep en heeft een degelijke basiskennis verworven van economie, sociologie en onderzoeksmethoden, zoals omschreven in de competenties van de Bacheloropleiding Sociaal-Economische Wetenschappen.
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
Door het verzorgen van mondelinge presentaties in verschillende fases van de uitwerking van de scriptie en het krijgen en geven van 'feed-back' van medestudenten kan de student zijn of haar project van masterscriptie verfijnen. Tegelijk is zij of hij meer geoefend in het groepsproces van samenwerken in een opbouwende, maar kritische sfeer.
3. Inhoud Het werkcollege verplicht Master-studenten SEW ertoe de vooruitgang van het masterscriptie op gezette tijden te onderwerpen aan een kritische bespreking met medestudenten. Daartoe geven ze meermaals een mondelinge presentatie over het opzet van hun scriptie en de gemaakte vorderingen (en problemen). Centraal in het werkcollege staat de idee van 'peer coaching' en 'peer review', waardoor aanwezigheid en concrete medewerking cruciaal zijn.
4. Werkvormen Contactmomenten: WerkcollegesVaardigheidstrainingen
5. Evaluatievormen Debatexamen Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal -
7. Facultatief studiemateriaal -
8. Studiebegeleiding Het werkcollege wordt begeleid door Ive Marx (ive.marx@ua.ac.be)
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 30/09/2010 14:43 ilke.franquet
|
|
|
Masterproef partim II: Masterthesis
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | 1MSEWMPDL2 | | Semester: | onbekend | | Studiepunten: | 15 | | Uren Studietijd: | 420 | | Uren theorie: | | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 2 | | Titularis(sen) | Ive Marx
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | geen inschrijving onder examencontract |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De masterproef stimuleert de ontwikkeling van volgende competities: 1. Ontwikkeling van een probleemstelling vanuit een sociologisch en economisch perspectief: De studenten moeten een theoretische en maatschappelijke relevante probleemstelling ontwikkelen. Zij moeten internationale wetenschappelijke literatuur in hun vakdomeinen kunnen verwerken tot een zelfstandige probleemstelling. Zij moeten werkhypothesen kunnen formuleren en toetsen aan beschikbare informatie. 2. Ontwikkeling van een zelfstandige probleemoplossende onderzoekshouding: De masterproef moet de studenten aanspreken op hun analytische en synthetische vermogen en op hun capaciteit om tot een zelfstandige probleemoplossing op academisch niveau te komen. De studenten zijn voldoende vertrouwd met de criteria van wetenschappelijk onderzoek en zij slagen er in ze toe te passen in het eigen onderzoek. De studenten werken onafhankelijk en met de nodige wetenschappelijke accuraatheid. Zij geven blijk van wetenschappelijke leergierigheid. 3. Ontwikkeling van een adequate onderzoeksmethode: De verwezenlijkingen van de wetenschappelijke literatuur worden accuraat weergegeven, met aandacht voor de relevante theorieën en concepten in het betreffende wetenschapsdomein; de onderzoeksmethode laat toe om de onderzoeksvragen accuraat te beantwoorden. De gehanteerde onderzoeksmethode is voldoende verifiëerbaar, er zijn duidelijke indicaties van validiteit en betrouwbaarheid. Op basis van een consistente wetenschappelijke analyse slagen de studenten erin verantwoorde besluiten te formuleren. 4. Ontwikkeling van kritische reflectie: De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op wetenschappelijk verantwoorde analyse en getuigen niet van een normatieve of speculatieve aanpak. Er is sprake van kritische wetenschappelijke reflectie op de gekozen probleemstelling. De studenten bewijzen dat ze de vaardigheid bezitten wetenschappelijke methoden toe te passen en aldus het gekozen vakdomein beheersen. 5. Ontwikkeling van uitmuntende schriftelijke rapportage: De tekst getuigt van objectiviteit, is gestructureerd en verstaanbaar. De lezer krijgt een goed inzicht in de samenhang tussen onderzoeksvragen, gehanteerde onderzoeksmethode en onderzoeksresultaten. De tekst is vloeiend geschreven en hanteert een correcte taal en stijl. De tekst voldoet zowel inhoudelijk als vormelijk aan de eisen van een wetenschappelijk artikel. 6. Toepassing van competentie inzake mondelinge rapportage: Tijdens de presentatie slaagt de student er in om beknopt de essentie van de resultaten en de wetenschappelijke en/of praktijkrelevantie te duiden. De student antwoordt op een overtuigende wijze tijdens de discussie met de juryleden. De student bouwt in zijn argumentatie duidelijk verder op de resultaten van de masterproef. 7. Ontwikkeling van een persoonlijke inbreng: Deze persoonlijke inbreng kan verschillende vormen aannemen: - kritische literatuurstudie: verbanden leggen tussen de wetenschappelijke bijdragen van verschillende auteurs; conflicten tussen auteurs blootleggen; wijzen op wetenschappelijke leemten en tekortkomingen; suggesties doen voor verder onderzoek - praktijkwerk in samenwerking met een bedrijf of een instelling, met probleemoplossend karakter en met duidelijk toegevoegde waarde - uitvoering van theoretisch of toegepast wetenschappelijk onderzoek met analyse van resultaten en kritische besluitvorming
3. Inhoud
In de masterscriptie wordt van jou verwacht dat je een empirisch onderzoek en/of uitgebreide literatuurstudie over een scherp gedefinieerd onderwerp uitvoert en daarover rapporteert in de vorm van een wetenschappelijk artikel van 10 à 12.000 woorden. Het is de bedoeling dat je hierbij gebruik kunt maken van de onderzoeksexpertise aanwezig in de organiserende faculteiten en departementen.
In beginsel kies je een promotor verbonden aan de faculteit TEW – departement algemene economie – of een promotor verbonden aan de faculteit PSW – departement sociologie. Daar kan op gemotiveerd verzoek van worden afgeweken. De promotoren en scriptieonderwerpen worden goedgekeurd door de gemengde onderwijscommissie Sociaal-Economische Wetenschappen. Je kan een onderwerp kiezen uit de lijsten aangeboden door de promotoren, maar je kan ook zelf een onderwerp kiezen. Daarbij is het belangrijk dat je een onderwerp kiest dat logischerwijs aansluit bij de keuzes die je tijdens je studie hebt gemaakt, met name het gekozen zwaartepunt in de Bachelor en de clusterkeuzes in de Master.
Volgende onderwerpen zijn toegankelijk voor studenten SEW: - de onderwerpen SEW (socio-economische analyses / beleid) - de onderwerpen Economisch beleid / Economic policy (AEC) - de onderwerpen Sociologie (breed domein) - de onderwerpen uit de andere bedrijfskundige domeinen van TEW - de onderwerpen Politicologie (breed domein) - de onderwerpen Communicatiewetenschappen (breed domein)
Onderwerpen SEW, Economisch beleid en Sociologie passen best binnen je studierichting. Mits motivatie (respectievelijk sociologische of economische invalshoek) of beleidsmatige component kunnen ook onderwerpen opgenomen worden uit andere bedrijfskundige domeinen van TEW of PSW. Je kan ook zelf een onderwerp – eventueel uit het werkveld (Wetenschapswinkel)– voorstellen en een professor in het domein vragen als promotor op te treden.
4. Werkvormen Contactmomenten: Seminaries Eigen werk: Scriptie: Individueel
5. Evaluatievormen Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal Afhankelijk van het gekozen onderwerp.
7. Facultatief studiemateriaal Afhankelijk van het gekozen onderwerp.
8. Studiebegeleiding
In het Ma-programma Sociaal-Economische Wetenschappen wordt gestreefd naar een intensieve begeleiding van de masterstudenten door hun promotor. Omdat het eindproduct van de Masterproef kwantitatief minder omvangrijk is dan de eindverhandelingen voorheen, krijgen de promotoren meer tijd vrij voor een nauwe samenwerking met de student en wordt het mogelijk om sneller voorlopige versies in te dienen bij de promotor, waardoor die eerder en vaker kan bijsturen.
Bovendien fungeert het werkcollege SEW als forum van collectieve begeleiding. Studenten
presenteren er aan elkaar de theoretisch inzichten waarop ze hun toegepast scriptiewerk baseren. Daarmee is het tegelijk een oefening in mondeling presenteren en een ervaring van peer review.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 30/09/2010 14:49 ilke.franquet
|
|
|
Sociologie van en het beleid rond arbeid (state-of-the-art)
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | 1MSOC_410 | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | 45,00 | | Uren praktijk: | | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 2 | | Titularis(sen) | Ive Marx Erik Henderickx
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
- Inzicht in sociologische en economische paradigmata. - Basiskennis van de concepten met betrekking tot "arbeid", "economie" en "sociaal beleid"
(Studenten met een Bachelordiploma PSW of SEW bezitten in beginsel deze aanvangscompetenties.)
*Volgtijdelijkheid
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De studenten dienen bij afronding de volgende leercompetenties aantoonbaar te beheersen:
- De kern kunnen weergeven van de wetenschappelijke ‘state of the art’ inzake arbeidssociologie en arbeidsbeleid, binnen een Europees perspectief.
- Kennis hebben van basisconcepten, theoretische kaders en empirische inzichten mbt tot arbeidsvraagstukken
- Een beperkt aantal auteurs kunnen begrijpen en situeren.
- Actuele vraagstukken met betrekking tot arbeid kunnen duiden en deze vanuit een wetenschappelijke vraagstelling en analyseopzet kunnen benaderen.
- Op wetenschappelijke wijze mondeling en schriftelijk kunnen communiceren.
3. Inhoud
Arbeid is en blijft een centraal thema in wetenschappelijk onderzoek en in het beleidsdiscours. Voor een econoom is arbeid een cruciale productiefactor (naast kapitaal en technologie). Voor een socioloog is het een sleutelvariabele in termen van inkomensverdeling, statustoewijzing, sociale uitsluiting, tijdssturing etc. De focus van de "state-of-the-art" ligt op actuele aspecten van het fenomeen arbeid. Deze benaderen we vooral vanuit een sociologische invalshoek, maar we brengen ook economische inzichten te berde. Centraal staat het spanningsveld "competitiviteit vs. solidariteit": is er in het domein van arbeid een afruil tussen aan de ene kant economische efficiëntie en aan de andere kant een voldoende gelijke verdeling van kansen en uitkomsten?
We zullen aandacht hebben voor het arbeidsbestel met als onderdelen: (1) de arbeidsorganisatie als element van het economisch productieproces (2) de arbeidsmarkt en zijn allocatie- en verdelingsfunctie (3) de arbeidsverhoudingen als ‘ruil’/’macht’gebeuren met de focus op de rol van de sociale partners in een vergelijkend Europees perspectief. (4) Arbeid in relatie tot welvaart, sociale zekerheid en armoede.
De bedoeling is studenten een aantal conceptuele kaders op gevorderd niveau aan te geven, gericht op een concrete probleemstelling of een maatschappelijk vraagstuk. Daarnaast wordt in de een actuele ‘state of the art’ een focus gelegd op het drieluik van theorie, empirisch onderzoek en beleid op vlak van arbeid.. Daarbij wordt een verbinding aangegeven tussen diverse aggregatieniveau’s: micro, meso en macro.
Concreet is de opbouw als volgt:
•Conceptueel model en contingenties (EH)
•Arbeidsorganisatie (EH)
•Arbeidsmarkt (IM) *
•Arbeidsverhoudingen (EH) *
•Het arbeidsbestel en de welvaartsstaat (IM)
•Arbeidsmarktbeleid (IM)
* Niet verplicht voor SEW Cluster Leerwijze De leerlijn wordt BB gestuurd en ondersteund. D.w.z. - Een aantal verplichte wetenschappelijke teksten worden aangeboden via BB. Deze zijn ook te bestuderen voor het examen. Vragen hierover kunnen steeds gesteld worden (via mail en/of op het BB-forum) - Een aantal facultatieve wetenschappelijke teksten worden aangeboden via BB. - Multimedia (filmpjes, reportages, presentaties, foto's, ...) zullen via BB worden aangeboden ter ondersteuning van de leerinhoud.
Het mondelinge examen is een open boek examen met schriftelijke voorbereiding. Dit bestaat uit: 1) Een brede open vraag die een synthetisch inzicht in de state-of-the-art vereist 2) Een specifieke vraag die betrekking heeft op één of meerdere verplichte teksten 3) Toelichting bij een leesopdracht; een kritische bespreking van een boek.
NB.: Studenten SEW volgen enkel de State-of-the-art voor 4 studiepunten. Zij zullen een verminderde werklast hebben, evenredig aan het lager aantal studiepunten. Zij krijgen een aparte clusteropdracht in samenwerking met het vak 'labour economics' van de faculteit TEW, ook voor 4 studiepunten.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesVaardigheidstrainingen Eigen werk: Opdrachten:Individueel Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges)
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingOpen boekOpen vragen Permanente evaluatie: Opdrachten Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting
6. Noodzakelijk studiemateriaal /
7. Facultatief studiemateriaal Nihil.
8. Studiebegeleiding Na college en op afspraak.
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 28/09/2010 11:53 ive.marx
|
|
|
Grondige studie van de sociologie van en het beleid rond arbeid
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | 2301PSWGAR | | Semester: | 1e semester | | Studiepunten: | 9 | | Uren Studietijd: | 252 | | Uren theorie: | 15,00 | | Uren praktijk: | 45,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | 2 | | Titularis(sen) | Ive Marx Erik Henderickx
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 1ste semester | | Info contractrestrictie: | |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties Studenten met een Bacheldiploma PSW of SEW bezitten de nodige aanvangscompetenties.
*Volgtijdelijkheid Niet gedefinieerd
2. Eindcompetenties (eindtermen)
De studenten dienen bij afronding de volgende leercompetenties aantoonbaar te beheersen:
- De kern bevatten van de wetenschappelijke ‘state of the art’ inzake arbeid en arbeidsbeleid, binnen een Europees perspectief.
- Kennis hebben van de theorieën en empirische inzichten inzake arbeidsmarktvraagstukken.
- Zelfstandig een empirische analyse kunnen uitvoeren en hierover rapporteren
- Actuele vraagstukken met betrekking tot arbeid kunnen duiden en deze vanuit een wetenschappelijke vraagstelling en analyseopzet kunnen benaderen.
- Het kunnen confronteren van de diverse theoretische benaderingen met resultaten van wetenschappelijk onderzoek en de beleidsmatige implicaties hieruit afleiden.
- Op wetenschappelijke wijze mondeling en schriftelijk kunnen communiceren.
3. Inhoud
De cluster bevat drie componenten:
- State-of-the art colleges mbt arbeidssociologie en arbeidsbeleid (cfr.Sociologie van en het beleid rond arbeid 1M_SOC410) http://www.ua.ac.be/main.aspx?c=*PSW&n=86052&ct=78481&e=229888&detail=1MSOC_410
- Discussiecolleges mbt tot actuele arbeidsvraagstukken: deze discussiecolleges hebben plaats volgend op de state-of-the-art colleges en beogen een uitdieping van en kritische reflectie bij actuele arbeidsvraagstukken.
- Een paper over een zelfgekozen arbeidsvraagstuk, dat in beginsel bouwt op zelfstandig empirisch onderzoek. Daartoe zullen databases worden aangeboden en ondersteund. Op gemotiveerd verzoek kan de student ook een ander formaat voorstellen, bv. een kwalitatief onderzoek of een case-studie.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesSeminariesWerkcolleges Eigen werk: OefeningenOpdrachten:Individueel Begeleide zelfstudie (eventueel met responsiecolleges) Projectwerk:Individueel
5. Evaluatievormen Examen: Mondeling met schriftelijke voorbereidingOpen boek Permanente evaluatie: OpdrachtenMedewerking tijdens de contactmomenten Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting Presentatie
6. Noodzakelijk studiemateriaal
7. Facultatief studiemateriaal
8. Studiebegeleiding
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 24/08/2010 05:56 ive.marx
|
|
|
Bachelorproef partim II: Seminarie Topics van sociaal en economisch beleid
|
|
|
| Academiejaar: | 2010-2011 | | Code opleidingsonderdeel: | FTEBPSEW2 | | Semester: | 1e en 2e semester | | Studiepunten: | 6 | | Uren Studietijd: | 168 | | Uren theorie: | | | Uren praktijk: | 25,00 | | Uren andere: | | | Deeltijds programma: | | | Titularis(sen) | Ive Marx
| | Taal waarin de cursus wordt gedoceerd: | Nederlands | | Info semesterexamen: | examen in het 2de semester | | Info contractrestrictie: | geen inschrijving onder examencontract |
1. Aanvangscompetenties (begintermen) *Algemene competenties
Het verdient de aanbeveling dat de studenten statistiek II of econometrie reeds hebben gevolgd.
*Volgtijdelijkheid Bachelorproef partim I: Seminarie Economisch beleid (FTEBPSEW1) EN Micro-economie (FTEBAAE220) EN Macro-economie (FTEBAAE210) EN Samenleving, feiten en problemen (1BPSW-10) EN Sociologische auteurs (2BPSW-04) EN [ [Statistiek met (bedrijfs)economische toepassingen 1 (FTEBAKM150) EN Statistiek met (bedrijfs)economische toepassingen 2 (FTEBAKM250)] OF Statistiek I (1BPSW-09)]
2. Eindcompetenties (eindtermen) De centrale doelstelling van dit seminarie is het aanleren en oefenen van vaardigheden die de student in staat moeten stellen zelfstandig een sociaal-wetenchappelijk vraagstuk te formuleren en te analyseren. Daarbij ligt de nadruk op een interdisciplinaire benadering, te weten vanuit economie en sociologie. Meer specifiek worden volgende eindcompententies beoogd:
- Op basis van economische en sociologische literatuur een wetenschappelijk (en beleidsmatig) relevante alsook toetsbare probleemstelling kunnen formuleren
- Deze probleemstelling kunnen operationaliseren in functie van de mogelijkheden en beperkingen van het beschikbare empirische materiaal
- Een pertinente empirische analyse weten uit te voeren op bestaande databanken (die ter beschikking zullen worden gesteld).
- Een doordachte en kritische interpretatie te kunnen geven aan de resultaten van die analyse.
- Een (gezamenlijk) schriftelijk werkstuk kunnen afwerken dat zowel qua vorm als inhoud voldoet aan de vereisten qua vorm van een wetenschappelijke tekst.
- Dit werkstuk mondeling kunnen presenteren en verdedigen.
3. Inhoud Binnen de context van één van de opgegeven sociaal-economische topics (cf. infra), formuleren studenten een wetenschappelijk vraagstuk. Rond dit vraagstuk wordt wetenschappelijke en beleidsmatige literatuur verzameld. Op basis van een literatuurstudie dienen studenten vervolgens te komen tot een toetsbare probleemstelling. Door middel van het identificeren van relevante variabelen wordt de probleemstelling in een volgende fase geoperationaliseerd. Studenten voeren in functie daarvan empirische analyses uit op databestanden die ter beschikking worden gesteld. De resultaten die hieruit voortvloeien, dienen geanalyseerd en kritisch geïnterpreteerd te worden.
4. Werkvormen Contactmomenten: HoorcollegesSeminaries Eigen werk: Opdrachten:In groepScriptie: In groep Projectwerk:In groep
5. Evaluatievormen Permanente evaluatie: Opdrachten(tussentijdse) testen Schriftelijk werkstuk: met mondelinge toelichting Debatexamen
6. Noodzakelijk studiemateriaal /
7. Facultatief studiemateriaal /
8. Studiebegeleiding /
laatste aanpassing: laatste aanpassing: 18/08/2010 21:09 ive.marx
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|