Meer dan twintig jaar geleden waarschuwde Geert van Istendael de zuidelijke Nederlanden voor een geheimzinnige “manke usurpator” die zowel de standaardtaal als de dialecten naar het leven stond. Hij doopte de indringer Verkavelingsvlaams. De spotnaam dook snel op in de nieuwsmedia, veroverde de schoolboeken en ging deel uitmaken van onze officiële woordenschat toen Van Dale het begrip van een lemma voorzag. Zelfs taalkundigen adopteerden de term als een stout synoniem voor wat ze doorgaans “tussentaal” noemen. Sindsdien is het Verkavelingsvlaams omstandig betreurd, verketterd en bestreden. Toch heeft niets zijn opmars kunnen stoppen. Vandaag groeien kinderen in de noordelijke provincies van België meer dan ooit op in een taal die geen dialect (meer) is maar ook behoorlijk afwijkt van het Standaardnederlands.
Bij alle controverse liep het met onze kennis van de manke usurpator weinig vaart. Waarom spreken zo veel Vlamingen Verkavelingsvlaams? Waar komt die usurpator vandaan? Waarom heet hij mank? Hoe verhoudt hij zich precies tot de dialecten en de standaardtaal? En zijn er eigenlijk wel goede redenen om hem zo hartgrondig te haten?
In het boek De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams zoeken taalkundigen, literatuurwetenschappers, onderwijsdeskundigen, taaladviseurs en andere specialisten uit binnen- en buitenland naar antwoorden. Geen taboe blijft daarbij onaangeroerd. Het resultaat is een soms ontluisterend, vaak verrassend en altijd kleurrijk portret van Vlaanderens meest vervloekte indringer.
Kevin Absillis. Vechten tegen de bierkaai. Over het uitgevershuis van
Angèle Manteau (1932-1970). Antwerpen/Amsterdam: Meulenhoff/Manteau,
2009.
688 p. €34,95. ISBN 978 90 8542 162
7.
‘Vechten tegen de bierkaai’, zo vatte
Angèle Manteau haar carrière samen. Van dat gevecht brengt dit boek verslag uit,
van 1932, toen Manteau als nauwelijks meerderjarig Franssprekend meisje in
Brussel Nederlandse boeken begon te importeren, tot 1970, toen ze zich terugtrok
uit de zaak die ze intussen had uitgebouwd tot het meest prestigieuze
uitgevershuis in Vlaanderen.
Laverend tussen Vlaamse Beweging, kerk
en loge
trotseerde Angèle
Manteau economische crisissen, een wereldoorlog en de zogeheten repressie. Ze
beleefde de opkomst van nozems, provo’s en hippies, en promootte het gedrukte
woord in een tijd waarin radio en film, en later televisie en rock & roll de massa in extase
brachten. En met zowat iedere uitdaging wist de uitgeefster wel raad, behalve
met een hardnekkige vloek die Vlaanderen in zijn vurige verlangen naar
‘verheffing’ over zich had afgeroepen en die de Nederlandse concurrentie een
onaantastbaar monopolie op literaire kwaliteit gaf.
Meer nog dan een bedrijfsgeschiedenis of een
literatuurstudie is dit een verhaal over hoe Vlaanderen modern werd, van de
grote depressie tot de golden sixties. Met de vindingrijke
directrice van de firma A. Manteau aan het hoofd van een bonte stoet personages:
Hugo Claus, Françoise Sagan, Louis Paul Boon, J.R.R. Tolkien, Annie M.G.
Schmidt, Willem Elsschot, Curzio Malaparte, Jef Geeraerts, Gerard Walschap, Jos
Vandeloo, Ward Ruyslinck, Jeroen Brouwers, Julien Weverbergh, Walter van den
Broeck, Pjeroo Roobjee en nog zeer, zeer vele anderen.
Oudere boekpublicaties: