Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof
1. AanvangscompetentiesBij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
-
De studenten beschikken over een diploma secundair onderwijs
- Zij beheersen de Nederlandse standaardtaal actief en passief, zowel in geschreven als in gesproken vorm.
- Zij hebben een basiskennis van het begrippenapparaat van de grammatica van het Nederlands.
- Ze zijn bereid om over eigen en andermans taalgebruik na te denken en het te beoordelen, en het eigen taalgebruik waar nodig aan te passen aan de inzichten opgedaan in het college.
- Ze zijn voldoende assertief om in een groepsdiscussie tussen te komen.
2. Eindcompetenties
1. Juridische argumentatieleer
Aan het eind van dit onderdeel zijn studenten in staat om
-
op grond van de verworven kennis, argumentatiestrategieën uit te bouwen;
-
aandacht te hebben voor denkfouten en zijn ze zich bewust van hun misleidende overtuigingskracht;
-
de verworven kennis aan te wenden in een specifiek juridische context (paper, conclusie, pleidooi,...).
2. Rechtstaalbeheersing
Aan het eind van dit onderdeel zijn studenten
- zich ervan bewust dat het recht en de overheid een eigen taalvariant hebben die afwijkt van de algemene omgangstaal.
- in staat om de specifieke (lexicale, syntactische, tekstuele, conventionele) kenmerken van de Nederlandse rechtstaal te geven. Zij kunnen ze opsommen en in eigen woorden uitleggen, maar hoeven geen exacte grammaticale definities te geven.
- in staat om aan te geven op welke manier die kenmerken tot communicatiemoeilijkheden aanleiding kunnen geven. Zij kunnen zelfstandig bovengenoemde kenmerken in een juridische tekst herkennen, beoordelen of ze tot communicatiemoeilijkheden kunnen leiden en ze zo nodig kunnen verbeteren, zodat het tekstbegrip en de tekststructuur wordt verhelderd en verbeterd.
- in staat om een aantal basisconventies en schrijfstrategieën van de belangrijke juridische tekstsoorten (brieven, vonnissen, regelgeving) te herkennen en toe te passen.
3. Debatklas
Aan het eind van dit onderdeel
- beschikken de studenten over mondelinge juridische vaardigheid op basis van de actuele studie van juridisch relevante teksten;
- zijn ze in staat om actieve deel te nemen aan debatten over actuele juridisch relevante problemen;
- kunnen ze debatteren vanuit verschillende perspectieven (pro/contra);
- kunnen ze de eigen sterkten en zwakten als debattant ontdekken;
- zijn ze in staat om het tactisch gedrag van anderen te observeren en te analyseren;
- ontwikkelen ze probleemoplossende vaardigheden.
3. Inhoud
1. Juridische argumentatieleer
De cursus bestaat uit 4 delen. In de eerste plaats wordt stil gestaan bij de elementaire structuren van een argumentatie. In dit deel wordt de link gelegd met de formele logica (modus ponens, modus tollens).
In een tweede deel gaan we dieper in op fouten in het menselijk denken (sofismen, drogredenen,...). Hier wordt verwezen naar sociaal-psychologische experimenten.
Het derde deel focust op de structuur van een betoog en op rethorische stijlkenmerken.
Ten slotte buigen we ons over bepaalde typische kenmerken van de juridische argumentatie.
2. Rechtstaalbeheersing
De studenten krijgen in de eerste colleges een inleiding in de volgende onderwerpen: de ontoegankelijkheid van de rechtstaal, de historische en actuele oorzaken daarvan, de problematiek van de Nederlandse norm in Vlaanderen. In een volgende reeks colleges worden de lexicale, syntactische, tekstuele en conventionele problemen van de rechtstaal besproken, waarbij telkens ook oefeningen worden gemaakt om die problemen te herkennen en zo mogelijk te verbeteren. Daarbij wordt een actieve voorbereiding van en inbreng tijdens het college verwacht. In een derde reeks colleges worden de kenmerken van een aantal juridische tekstgenres besproken en wordt geprobeerd de structuur en toegankelijkheid van die teksten te verhogen.
3. Debatklas
De studenten krijgen de mogelijkheid zich in te werken in een specifiek probleem met juridische relevantie en hierover een discussie te voeren. Vaak gaat het over actuele onderwerpen die in de recente wetgeving of politiek-parlementaire discussie aan de orde kwamen. Hierbij wordt niet alleen de techniciteit van een juridisch probleem ontleed, maar wordt ook sterk de nadruk gelegd op de historische, ethische, maatschappelijke en/of economische achtergronden van het recht
4. WerkvormenContactmomenten:
HoorcollegesWerkcollegesVaardigheidstrainingen
5. EvaluatievormenExamen:
Schriftelijk zonder mondelinge toelichtingGesloten boekMeerkeuzevragenOpen vragenPermanente evaluatie:
Medewerking tijdens de contactmomentenEnkel een evaluatiemoment in de eerste zittijd, geen tweede examenkans mogelijkDebatexamen
6. Studiemateriaal6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
1. Juridische argumentatieleer
J. Verplaetse, For the sake of argument.
Argumentatieleer voor juristen en ethici
, Antwerpen, Maklu, 2008.
2. Rechtstaalbeheersing
K. Hendrickx en K. Deschamps, Juridisch Nederlands.Leuven: Acco, 2010.
K. Hendrickx, P. Schoukens en E. Terryn, Juridisch schrijven in de praktijk. Leuven: Acco, verschijnt in september 2011.
De docent stelt het overige studiemateriaal, dat voornamelijk bestaat uit powerpointpresentaties en oefeningen, op Blackboard ter beschikking.
3. Debatklas
Syllabus van de titularis.
6.2 Facultatief studiemateriaalHet volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
2. Rechtstaalbeheersing
Karl Hendrickx, Juridische taaltips. Mechelen, Kluwer, 2008
Jan Renkema, Schrijfwijzer, Den Haag, Sdu, 2002.
Willy Smedts e.a., Correct Taalgebruik, Kortrijk-Heule, UGA, 2001.
3. Debatklas
Eigen opzoekingen, afhankelijk van het debatthema.
7. Contactgegevens en begeleiding
1. Prof. Dr. Koen Lemmens (partim. Juridische argumentatieleer) kan u bereiken via koen.lemmens@ua.ac.be
2. Prof. Karl Hendrickx (partim. Rechtstaalbeheersing) is het gemakkelijkste te bereiken via e-mail: karl.hendrickx@ua.ac.be
(+)laatste aanpassing: 27/02/2012 10:40 kris.defeyter