Deze cursusinformatie is bedoeld om de student te ondersteunen bij het verwerken van de leerstof
1. AanvangscompetentiesBij aanvang van dit opleidingsonderdeel dient de student over de volgende competenties te beschikken:
Specifieke aanvangscompetenties voor dit opleidingonderdeel:
- Eindcompetenties van een academische bacheloropleiding;
- Adequate taalvaardigheid in het Algemeen Nederlands, zowel mondeling als schriftelijk.
* De student moet de volgende opleidingsonderdelen afgewerkt hebben of gelijktijdig volgen met de oefenlessen:
- Inleiding in de didactiek (6101OIWIDI);
- Didactiek van de vakken die in de oefenlessen aan bod komen.
2. Eindcompetenties
De eindcompetenties sluiten aan bij de Basiscompetenties voor de leerkracht secundair onderwijs, zoals uitgeschreven door de Vlaamse Regering en gegroepeerd volgens 10 functionele gehelen (http://www.ond.vlaanderen.be/edulex/database/document/document.asp?docid=13952#245903). Het gaat hierbij om eindcompetenties die een integratie van kennis, vaardigheden en attitudes veronderstellen.
De competenties die prioritair aan bod komen tijdens de oefenlessen horen bij de volgende functionele gehelen:
- De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen (functioneel geheel 1);
- De leraar als inhoudelijk expert (functioneel geheel 3);
- De leraar als organisator (functioneel geheel 4);
- De leraar als innovator/onderzoeker (functioneel geheel 5).
De attitudes die prioritair aan bod komen, zijn beslissingsvermogen, organisatievermogen en zin voor samenwerking.
3. Inhoud
Oefenlessen vormen de eerste kennismaking met de praktijk. De student krijgt een lesthema en bereidt individueel of in groep een les voor. Vervolgens geeft hij de les of een onderdeel ervan in een veilige omgeving, aan een beperkte groep van medestudenten of leerlingen/cursisten. Hij wordt hierbij intensief begeleid door de vakdidacticus en/of praktijkassistenten. Op die manier dragen de oefenlessen bij tot het inoefenen van welbepaalde onderwijsvaardigheden. Tijdens de oefenlessen leert de student eveneens gericht observeren, reflecteren over de les die hij gegeven heeft en inschatten hoe hij zelf overkomt. Aangezien het gaat om permanente training en evaluatie, is aanwezigheid en actieve inbreng vereist.
De oefenlessen sluiten aan bij de vakdidactiek die de student volgt. Voor studenten die twee vakdidactieken volgen, worden de oefenlessen gelijkmatig verdeeld over de gekozen vakdidactieken. Concrete richtlijnen over en toelichting bij de invulling, opvolging en evaluatie van het opleidingsonderdeel Oefenlessen worden tijdens de colleges van de respectieve vakdidactieken gegeven.
Als een student twee vakdidactieken combineert, geven de vakdidactici een aparte beoordeling voor beide vakdidactieken. Deze beoordelingen worden verwerkt tot een beoordeling op het geheel. Als de student een onvoldoende krijgt voor één vakdidactiek, resulteert dat in een onvoldoende voor het geheel. Wie de oefenlessen moet overdoen, krijgt een gedeeltelijke vrijstelling als hij voor één van de didactieken wel een voldoende heeft.
4. WerkvormenContactmomenten:
OefeningensessiesVaardigheidstrainingenEigen werk:
OefeningenOpdrachten:IndividueelOpdrachten:In groepPortfolio
5. EvaluatievormenPermanente evaluatie:
OefeningenOpdrachtenMedewerking tijdens de contactmomentenPortfolio:
zonder mondelinge toelichting
6. Studiemateriaal6.1 Noodzakelijk studiemateriaal
- Wegwijzer Oefenlessen volgens de gevolgde vakdidactiek
- Lesvoorbereidingsformulier
- Observatieformulier
- Lesreflectieformulier
6.2 Facultatief studiemateriaalHet volgende studiemateriaal kan vrijblijvend bestudeerd worden.
Wordt bepaald volgens de gevolgde vakdidactiek.
7. Contactgegevens en begeleiding
(+)laatste aanpassing: 16/06/2011 11:08 rita.rymenans