Vanaf februari 2009 zal gestart worden met het proefonderzoek naar dikkedarmkanker. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door het Centrum voor Kankerpreventie van de Universiteit Antwerpen, in opdracht van de Vlaamse overheid. Met dit document informeren wij u over wat het proefonderzoek naar dikkedarmkanker inhoudt, voor wie het bedoeld is en welke rol er weggelegd is voor de lokale besturen, huisartsen en gastro-enterologen.
Het proefonderzoek bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft dikkedarmkankeropsporing bij personen met gewoon risico en zal uitgevoerd worden in drie regio’s. Elke inwoner van 50 tot en met 74 jaar van Schilde, Vosselaar en Borgerhout kan deelnemen aan dit eerste deel van het proefonderzoek.
Het tweede deel betreft naaste familieleden (biologische ouders, kinderen, broers en zussen) van personen met dikkedarmkanker en zal starten vanuit zeven deelnemende ziekenhuizen in Antwerpen en Turnhout. Alle naaste familieleden van 40 tot en met 74 jaar van nieuwe dikkedarmkankerpatiënten van één van de zeven deelnemende ziekenhuizen kunnen deelnemen aan dit tweede deel van het proefonderzoek.
1. Waarom een bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker?
Dikkedarmkanker, ook wel colorectale kanker genaamd,is in Vlaanderen na borstkanker de tweede meest voorkomende kanker bij vrouwen. Bij mannen is het na prostaat- en longkanker de derde meest voorkomende kanker. Het is de tweede meest voorkomende doodsoorzaak door kanker, bij mannen en vrouwen.
Elk jaar wordt bij ongeveer 4250 Vlamingen de diagnose dikkedarmkanker gesteld. Jaarlijks overlijden ongeveer 1800 Vlamingen aan dikkedarmkanker. Dikkedarmkanker is dus een belangrijk gezondheidsprobleem. Het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker laat toe om dikkedarmkanker in een vroeg stadium op te sporen, zodat die tijdig kan worden behandeld en daardoor na verloop van tijd de sterfte door dikkedarmkanker in belangrijke mate kan worden teruggedrongen.
Naaste familieleden (biologische ouders, kinderen, broers en zussen) van personen met dikkedarmkanker hebben gemiddeld tweemaal zo veel kans om zelf dikkedarmkanker te krijgen. Het risico is nog groter voor familieleden met twee of meer naaste familieleden met dikkedarmkanker en voor familieleden van personen bij wie de diagnose dikkedarmkanker op een jonge leeftijd werd vastgesteld. Daarom wordt extra aandacht besteed aan deze risicogroep in het proefonderzoek.
2. Waarom een proefonderzoek NAAR DIKKEDARMKANKER?
Het proefonderzoek zal duidelijk moeten maken of een Vlaams bevolkingsonderzoek mogelijk is en onder welke vorm dit best gebeurt. Ook zal worden onderzocht bij hoeveel personen dikkedarmkanker of voorlopers van dikkedarmkanker kunnen worden opgespoord.
3. Deel 1: opsporing dikkedarmkanker bij gewoon risico
3.1. Wie kan deelnemen ?
Dikkedarmkanker kan gratis worden opgespoord bij alle inwoners van 50 tot en met 74 jaar van Schilde, Vosselaar en Borgerhout. Het onderzoek richt zich op mensen die geen klachten hebben.
Met ‘van 50 tot en met 74 jaar’ wordt bedoeld: vanaf de eerste dag van het kalenderjaar waarin men 50 wordt tot de laatste dag van het kalenderjaar waarin men 74 wordt.
‘Gratis’ betekent dat de set om een staal van de stoelgang te nemen en de test in het labo gratis is, indien men in orde is met de Belgische ziekteverzekering. Remgelden voor consultaties bij de huisarts en eventuele vervolgonderzoeken dienen wel steeds betaald te worden.
3.2. Hoe worden personen uitgenodigd?
Het proefonderzoek bij gewoon risico zal twee uitnodigingsmethoden hanteren. Om te onderzoeken welke methode het meest geschikt is voor een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zijn de inwoners van 50 tot en met 74 jaar van Schilde, Vosselaar en Borgerhout (ongeveer 20.000 personen) in twee groepen van gelijke omvang verdeeld. De eerste groep krijgt per post een brief, informatie en een set om een staal van de stoelgang te nemen, thuisgestuurd. De tweede groep mensen krijgt een brief met de vraag om naar de huisarts te gaan. Daar krijgen ze de set om een staal van de stoelgang te nemen, en meer informatie.
Voor de eerste groep is deelname aan het proefonderzoek helemaal gratis. De tweede groep dient wel het remgeld voor de consultatie bij de huisarts te betalen.
Indien men na zes weken nog niet op de uitnodiging is ingegaan, zal opnieuw een uitnodiging worden gestuurd.
3.3. Wat houdt het onderzoek in?
Met de set, die ofwel wordt thuisgestuurd ofwel door de huisarts wordt meegegeven, kan men thuis een staal van de stoelgang nemen. Bij de set zit een uitgebreide gebruiksaanwijzing.
Vervolgens kan het staal in een bijgevoegde envelop naar het labo worden gestuurd. In het labo kan men aan de hand van een immunochemische fecaal occult bloed-test (iFOB-test) bloed opsporen in de stoelgang dat niet met het blote oog zichtbaar is. Dit bloed kan wijzen op darmpoliepen, minieme bloedingen in het maagdarmstelsel, vroege stadia van dikkedarmkanker of dikkedarmkanker.
3.4. Het resultaat
De deelnemer en zijn of haar huisarts krijgen het resultaat van het onderzoek binnen 10 werkdagen schriftelijk toegestuurd. Indien er geen bloedsporen in de stoelgang zijn gevonden, houdt het onderzoek op. Indien er wel bloedsporen in de stoelgang aanwezig zijn, betekent dit niet meteen dat men dikkedarmkanker heeft, maar zal worden geadviseerd om een kijkonderzoek van de dikke darm (colonoscopie) te ondergaan om de oorsprong van de bloedsporen te bepalen.
3.5. Wat is de rol van de lokale besturen, huisartsen en gastro-enterologen?
Bij het sensibiliseren van de bevolking in de proefregio’s i.v.m. de dikkedarmkankeropsporing is de betrokkenheid van de lokale besturen en huisartsen van cruciaal belang. De huisartsenkringen, Domus Medica en het Lokaal Gezondheidsoverleg (Logo) coördineren de sensibilisering en krijgen hierbij inhoudelijke steun van het Centrum voor Kankerpreventie van de Universiteit Antwerpen.
De sensibilisatie is gestart in maart 2008 en is in de eerste plaats gericht naar de huisartsen en de proefregio’s. Nadat deze goed op de hoogte zijn gebracht, zal in samenwerking met de huisartsen en verantwoordelijken van de proefregio’s de informatie gericht worden naar de doelgroep van 50- t/m 74-jarigen via verschillende kanalen (regionale media, informatieavonden, website, folder, …). Deze tweede fase van sensibilisering zal starten in het najaar van 2008. Afhankelijk van de te sensibiliseren groep zal een geschikt informatiepakket worden samengesteld. Dit informatiepakket, folders en overig campagnemateriaal zullen tijdig aan de betrokken lokale besturen en huisartsen als sensibilisatiemateriaal bezorgd worden.
4. deel 2: opsporing dikkedarmkanker bij NAASTE FAMILIELEDEN VAN MENSEN
MET DIKKEDARMKANKER
4.1. Wie kan deelnemen ?
Dikkedarmkanker kan met een financiële tegemoetkoming van de Vlaamse overheid worden opgespoord bij alle naaste familieleden (biologische ouders, kinderen, broers en zussen) van personen met dikkedarmkanker die zich nieuw hebben aangemeld bij één van onderstaande ziekenhuizen tijdens de periode van februari 2009 tot en met januari 2010.
§
Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA)
§
ZNA Campus Jan Palfijn
§
ZNA Campus Stuivenberg
§
ZNA Campus Middelheim
§
ZNA Campus St.-Erasmus
§
St.-Elisabethziekenhuis - Turnhout
§
St.-Jozefziekenhuis - Turnhout
Het proefonderzoek richt zich op naaste familieleden van 40 tot en met 74 jaar. Hiermee wordt bedoeld: vanaf de eerste dag van het kalenderjaar waarin men 40 wordt tot de laatste dag van het kalenderjaar waarin men 74 wordt.
4.2. Hoe worden personen uitgenodigd?
De naaste familieleden van 40 tot en met 74 jaar zullen via hun eigen familielid, dat zelf nieuwe patiënt met dikkedarmkanker is in één van deelnemende ziekenhuizen, uitgenodigd worden. Voor het identificeren van de naaste familieleden van personen met dikkedarmkanker wordt een beroep gedaan op de gastro-enterologen van deelnemende ziekenhuizen. Deze gastro-enterologen zullen met elke nieuwe patiënt met dikkedarmkanker die zich aandient tijdens de periode van februari 2009 tot en met januari 2010 het belang bespreken van het vroegtijdig opsporen van dikkedarmkanker bij zijn of haar naaste familieleden. Indien de patiënt akkoord gaat om zijn of haar naaste familieleden te contacteren, krijgt de patiënt een uitnodiging mee voor zijn of haar naaste familieleden. De uitnodigingsmethode verschilt naargelang de leeftijd van de nieuwe patiënt met dikkedarmkanker.
Indien de patiënt zelf jonger is dan 60 jaar of meer dan één naast familielid met dikkedarmkanker heeft
, zal de gastro-enteroloog aan die patiënt een uitnodiging voor een colonoscopie meegeven voor zijn of haar naaste familieleden.
Indien de patiënt 60 jaar of ouder is
, zal de gastro-enteroloog aan die patiënt een brief, en een set om een staal van de stoelgang te nemen meegeven voor zijn of haar naaste familieleden.
Er wordt één uitnodiging per naast familielid meegegeven. Bovendien zal de gastro-enteroloog de uitnodiging niet rechtstreeks aan het naaste familielid geven, maar beroep doen op de patiënt zelf. Op deze manier wordt de privacy van die patiënt gerespecteerd. Immers, alleen als de patiënt het eens is met het inlichten van zijn of haar familieleden zullen deze worden benaderd door de patiënt zelf.
4.3. Wat houdt het onderzoek in?
Naaste familieleden van personen met dikkedarmkanker worden uitgenodigd om een colonoscopie te ondergaan of om een staaltje van de stoelgang te verzamelen en op te sturen naar het labo.
In het geval van een verwijzing voor colonoscopie:
Een colonoscopie is een kijkonderzoek waarbij een specialist met een lange flexibele buis de binnenkant van de dikke darm kan onderzoeken. Voor dit onderzoek moet de deelnemer opgenomen worden in een daghospitaal. Eventuele verdoving wordt besproken met de arts. Na het onderzoek, aan het einde van de dag, mag de deelnemer wel naar huis, maar indien men medicatie heeft gekregen, mag men die dag geen voertuig besturen.
In het geval van de set om een staal van de stoelgang te nemen:
Met de set, die door de gastro-enteroloog wordt meegegeven, kan men thuis een staaltje van de stoelgang nemen en opsturen naar het labo. Bij de set zit een uitgebreide gebruiksaanwijzing.
In het labo kan men aan de hand van een immunochemische fecaal occult bloed-test (iFOB-test) bloed opsporen in de stoelgang dat niet met het blote oog zichtbaar is. Dit bloed kan wijzen op darmpoliepen, minieme bloedingen in het maagdarmstelsel, vroege stadia van dikkedarmkanker of dikkedarmkanker.
4.4. Het resultaat
In het geval van een verwijzing voor colonoscopie:
De arts die het onderzoek heeft verricht, neemt na de colonoscopie met de patiënt door wat hij of zij tijdens het onderzoek heeft gevonden.
Indien geen darmpoliepen gevonden worden, is geen vervolgonderzoek nodig.
Indien er wel poliepen gevonden worden, dan zullen die indien mogelijk meteen verwijderd worden en zal het weggenomen weefsel verder onderzocht worden. De labo-uitslag van eventueel weggenomen weefsel is niet direct beschikbaar, maar wordt binnen drie weken schriftelijk thuis gestuurd. Indien de diagnose dikkedarmkanker wordt gesteld, zal de arts mogelijke behandelingen met de patiënt bespreken.
In het geval van de set om een staal van de stoelgang te nemen:
Het resultaat van de test krijgt men binnen 10 werkdagen schriftelijk toegestuurd. Ook de opgegeven huisarts krijgt een schriftelijke bevestiging van het testresultaat.
Indien er geen bloedsporen in de stoelgang zijn gevonden, wordt men niet uitgenodigd om een vervolgonderzoek te ondergaan en houdt het onderzoek op.
Indien er wel bloedsporen in de stoelgang aanwezig zijn, betekent dit niet meteen dat men dikkedarmkanker heeft, maar zal worden geadviseerd om een kijkonderzoek van de dikke darm (colonoscopie) te ondergaan.
4.5 Wat houdt de financiële tegemoetkoming van de Vlaamse overheid in?
‘Financiële tegemoetkoming’ houdt voor de naaste familieleden van een patiënt die ouder is dan 60 jaar in dat het onderzoek gratis is, indien men in orde is met de Belgische ziekteverzekering. Remgelden voor consultaties bij de huisarts en eventuele vervolgonderzoeken dienen wel steeds betaald te worden. Voor de naaste familieleden van een patiënt, die 60 jaar of jonger is of meer dan één naast familielid met dikkedarmkanker heeft, bedraagt de financiële tegemoetkoming 30 euro. Dit komt overeen met het remgeld voor een standaard colonoscopie.
4.6. Wat is de rol van de lokale besturen, huisartsen en gastro-enterologen?
Het sensibiliseren i.v.m. dikkedarmkankeropsporing bij naaste familieleden is vooral weggelegd voor de gastro-enterologen van de betrokken ziekenhuizen. Het Centrum voor Kankerpreventie van de Universiteit Antwerpen zal instaan voor het ontwerpen van de nodige informatiefolders en protocollen.
5. Meer informatie i.v.m. proefonderzoek
Indien u beroepshalve meer informatie zoekt, kunt u terecht bij:
§
Rik Baeten van Logo Antwerpen Noord (Rik@logoantwerpennoord.be of 03 6051582)
§
Stefan Teughels van Logo Kempen (stefan.teughels@telenet.be of 0475/220909)
§
Prof. dr. Guido Van Hal van het Centrum voor Kankerpreventie van de Universiteit Antwerpen (guido.vanhal@ua.ac.be).
§
Dr. Sofie Van Roosbroeck van het Centrum voor Kankerpreventie van de Universiteit Antwerpen (sofie.vanroosbroeck@ua.ac.be of 03 265 28 78).
De doelgroep kan meer informatie vinden via het gratis telefoonnummer 0800 20102
(op werkdagen tussen 9-12 uur en 14-16 uur)
,
per e-mail naar info@dikkedarmkanker.be of op http://www.dikkedarmkanker.be/. Mensen die twijfelen om deel te nemen aan het proefonderzoek, raden we aan om erover te spreken met hun huisarts.
Good practices for colorectal, breast and cervical cancer screening - Joint Action "European partnership on Action Against Cancer (EPAAC)".