Page 50 - MUA03_LOWRES_PagePerPage

Basic HTML Version

COLUMN
50
MAGAZINE UNIVERSITEIT ANTWERPEN 03.2012
‘Z
ijn er vragen over de vragen?’ Het
zijn de eerste woorden van de pro-
fessor die de aula vol overspannen
studenten binnenzeilt. Kwieke tred, ironi-
sche gezichtsuitdrukking. Het is weer exa-
mentijd, met andere woorden.
Het waardige heertje speurt onschuldig
de zaal in, dezelfde man die straks als een
plotse warmte in je rug zal staan. Een prie-
mende blik. Vervolgens licht geknik, of in
het slechte geval hoofdschudden, vergezeld
van een monkellachje. De zenuwen die zul-
len toeslaan: wat beduidt dat lachje? Maakt
hij zich vrolijk over de nonsens die ik aan het
neerpennen ben, of is het juist een zelfvol-
dane glimlach omdat ik door deze antwoor-
den toon dat zijn colleges helder als pomp-
water waren? Je weet het nooit. Professoren
tijdens examens: tweesnijdende zwaarden.
Sommige studenten vinden het geruststel-
lend: de persoon die het examen heeft opge-
steld, is binnen handbereik. Zijn kennis, zijn
toelichting, zijn welwillende uitdrukking,
zijn grijsgedraaide stem die je als Prousts
madeleinekoekje kan terugvoeren naar de
colleges waarin hij het antwoord aan het uit-
eenzetten was dat je net nu nodig hebt. De
professor als hulpstuk voor het geheugen,
als mnemotechnische gimmick.
Anderen huiveren bij de aanwezigheid van
het brein achter al die vragen waarover ze
enkele kwellende uren lang hun hoofd moe-
ten buigen. Ze zien in hem een boosdoener,
de personificatie van hun slaaptekort en van
hun maag die schrijnt door de dagelijkse
overdosis cafeïne. Ze haten het hoe hij tus-
sen de banken struint, zo opvallend onop-
vallend is. “Ik ben er”, schijnt hij te zeggen.
“Als het nu niet lukt, ligt het aan jezelf”. Nee,
liever hadden deze studenten met oogwal-
len en koffieadem hier een assistent, of, nog
beter, een volslagen onbekende gezien om
getuige te zijn van hun lijden. Nu is de ver-
oorzaker zelf aanwezig, om de druk nog wat
op te drijven, al dan niet door middel van een
monkellachje. De professor als sadist, als
verzwarende omstandigheid.
Ik ben me nog aan het bezinnen naar
welke kant ik overhel, wanneer het zinnetje
opnieuw door de aula schalt: ‘Zijn er vragen
over de vragen?’
Terwijl een verdwaalde student wijsbegeerte
ongetwijfeld aan een strikvraag denkt, razen
mijn andere medestudenten aan het metani-
veau voorbij en beginnen als gekken door hun
examen te bladeren. Ik blijf echter dromerig
voor me uitstaren, terwijl iedereen op zoek
gaat naar de vragen waar ze het antwoord
niet op weten. Wie weet kan er, middels een
slinks manoeuvre of flemende intonatie, een
deeltje van het antwoord uit de professor los-
gepulkt worden. Hopen ze. Het is zijn heilige
plicht om te verduidelijken, toch?
De oude blik van het heertje kruist de mijne.
Begripvol, nog net niet samenzweerderig.
Ondertussen worden er vragen afgevuurd,
deelvragen, onverbloemde hulpkreten, maar
alle pogingen ten spijt laat de professor,
zoals een clarificateur betaamt, de mensen
alleen in nog grotere verwarring achter. Dui-
delijke vragen hebben plots dubbele bodems
gekregen, sissen nu van de addertjes onder
het gras dat er plots een pak minder groen
uitziet dan vóór de toelichting.
Ik lees de spijt af op de gezichten van mijn
medestudenten, wie niets rest dan deemoe-
dig aan hun examen te beginnen. De profes-
sor heeft de vragenronde immers definitief
afgesloten. Ik knik naar zijn milde glimlach.
Ja, alles is duidelijk: een beetje onduidelijk-
heid siert de mens.
n
Vragen?
Y.M. Dangre
• °1987
• Studeert Nederlandse en
Franse Taal- en Letterkunde
aan de Universiteit
Antwerpen
• Debuteerde op 22-jarige leeftijd
met de roman
Vulkaanvrucht
,
die met de Debuutprijs 2011
bekroond werd