Page 44-45 - MUA04_LowRes

Basic HTML Version

44
MAGAZINE UNIVERSITEIT ANTWERPEN 04.2012
MAGAZINE UNIVERSITEIT ANTWERPEN 04.2012
45
DE UITDAGING
DE UITDAGING
Thys:
Winnen moet je leren. Eens je iets
wint, weet je waartoe je in staat bent. Dat
is de laatste jaren aan het gebeuren in het
hockey. We komen op tornooien steeds
vaker in goede posities. Die ervaring maakt
je sterker.
Trekken de Belgian Red Lions dan naar de
Spelen met veel vertrouwen en geloof in
eigen kunnen?
Denayer:
Absoluut. Een vaste plaats bij de
top acht van de wereld is de ambitie. We zijn
topsporters. Wat we ook doen, we willen
winnen. Van zodra je uit de poules komt en
bij die laatste acht zit, kan alles gebeuren.
Thys:
We stappen een beetje af van de oude
Belgische stijl en vertrekken met een flinke
portie Nederlandse arrogantie. Waar we
eindigen, zien we wel. We doen niet mee
om mee te doen. Dan kan je net zo goed
thuisblijven.
Hockey kent nog
niet het profstatuut
zoals voetballers of
wielrenners dat ken-
nen. Is een diploma
daaromextra belang-
rijk voor jullie?
Thys:
Mijn studie krijgt altijd prioriteit. Maar
hoe groter de tornooien, hoe moeilijker het
wordt om alles te combineren. In België
heerst er nog niet echt een topsportklimaat.
Dat maakt de combinatie moeilijk. Al kom je
er persoonlijk sterker uit. Je neemt je eigen
beslissingen en het wordt je niet allemaal in
de schoot geworpen.
Denayer:
Tijdens de winter ligt onze compe-
titie even stil. Dan concentreren we ons vol-
ledig op onze studie. We blokken van ’s mor-
gens tot ’s avonds en proberen de tijd die we
verliezen door lessen te missen, in te halen.
De komende maanden lukt dat niet. Je gaat
ofwel 100 procent voor je studie, ofwel 100
procent voor de Spelen.
De voorbereiding op de Spelen start begin
juni, de Europese en Belgische competi-
ties eindigden pas eind mei. Lijkt me niet
vanzelfsprekend als er examens op de
agenda staan.
Thys:
Ik verwacht dan ook dat veel jongens
hun examens van juni gaan laten schieten. Ik
begrijp dat wel. Een echte topsporter geeft
een halfjaar studie op voor z’n sport. Je kan
misschien maar één keer in je hele carrière
naar de Olympische Spelen. Het zijn keuzes
die je moet maken, maar die tegelijk ook heel
logisch en makkelijk zijn om te maken. Veel
jonge gasten stellen hockey nu als prioriteit.
Vroeger kwamen studie, werk en het sociale
leven op de eerste plaats, nu is het andersom.
Is het frustrerend dat de media de hoc-
keysport nog niet echt ontdekt hebben?
Denaeyer:
Voor veel Belgen tellen alleen
voetbal en wielrennen, en een beetje tennis.
Daar stopt het. Terwijl er nog andere spor-
ten zijn die eens in de kijker mogen staan.
Elke sport op hoog niveau is leuk om te zien.
Zeker als het je eigen land is, daar moet
je gewoon fier op zijn. Naast de Belgische
mannenploeg verzekerden ook de Belgian
Panthers, onze vrouwelijke collega’s, zich
van een plaatsje op de Spelen. De beleving
rond de sport kreeg alvast de nodige impul-
sen, nu moeten de media volgen.
Thys:
Ik vind die geringe media-aandacht
een gemiste kans. Ik verwachtte altijd dat de
media zou springen op iets waar we als land
echt goed in zijn. Hockey is momenteel de
Belgische ploegsport bij uitstek. We zijn de
absolute wereldtop. Nog meer bekendheid
als hockeyland kan de sport beter maken.
Universiteit
Antwerpen
zwemt en
tennist ook
Naast de hockeyers Thys
en Denaeyer trekken ook
twee vrouwelijke studenten
deze zomer naar de Britse
hoofdstad. Kimberly Buys,
studente Biochemie, zal het
olympische zwembad indui-
ken. De 23-jarige zwemster,
actief in de rug-, vlinder- en
wisselslag, staat voor haar
eerste Olympische Spelen.
Annick Sevenans, docto-
raatsstudente in de Politieke
Wetenschappen, maakt einde
augustus haar opwachting in
Londen. Op de Paralympics
strijdt ze om een medaille in
het rolstoeltennis. Vier jaar
geleden was Sevenans er ook
al bij in Peking.
Vanuit het publiek zelf voelen we wel veel
appreciatie. Onze medestudenten aan de
Universiteit Antwerpen zijn bijvoorbeeld erg
begaan met onze prestaties.
Speelt het elitaire karakter van hockey
misschien een rol?
Thys:
Definitief komaf makenmet dat elitaire
imago kan alleen met steun van de over-
heid. De infrastructuur van een club moet
gefinancierd wor-
den door de leden
en privé-inves-
teerders, terwijl
voetbal en tennis
kunnen rekenen
op overheidssteun.
De clubs moeten
alles zelf bekosti-
gen, wat zorgt voor
hoge inschrijvings-
gelden.
Denayer:
We mogen vooral
niet ontkennen dat
er nooit een elitair
imago was. We
vergelijken onze
sport vaak met de
evolutie die tennis
doormaakte. Zodra
we een paar top-
atleten afleverden,
groeide de sport
zienderogen. Suc-
cesvolle prestaties
leveren niet alleen
nieuwe leden op,
maar ook meer
media-aandacht,
wat het makke-
lijker maakt om
sponsors te vin-
den. Voor het hoc-
key geldt hopelijk
hetzelfde verhaal.
Vele clubs doen
al inspanningen om het elitaire karakter
van zich af te schudden. Zo moet je op
Dragons geen inkom betalen voor de wed-
strijd, want het lidgeld is voor vele leden
al hoog genoeg. Maar goed ook, want de
sfeer rond een hockeyveld is ongelofe-
lijk. Op het veld is het een gevecht op het
scherpst van de snee, maar rondomheerst
een erg vriendschappelijke sfeer. Zelfs de
rivaliserende supporters komen je na een
wedstrijd feliciteren.
n
We vertrekken met
Nederlandse arrogantie
naar de Spelen. Meedoen om
mee te doen is uit den boze.
Jeffrey Thys
E
T
he University of Antwerp numbers several top-ranking athletes among its students. Jeffrey
Thys and Félix Denayer, two students of Applied Economics who both play for the national
hockey team, the Red Lions, will be travelling to the Olympics in London this summer. In
recent years, Belgian hockey has achieved one success after another. Jeffrey and Félix play for
the Brasschaats Dragons hockey team, who qualified for the semi-finals of the European Hockey
League. The national women’s team, theBelgianPanthers, have also secured a place at theGames.
Despite this, Belgium has no professional arrangements for hockey players like the ones pro-
vided for footballers and cyclists. This makes it more difficult to combine the sport with a degree
programme. The sport takes a hiatus for several months in the winter, during which Jeffrey and
Félix focus solely on their studies. They study from morning to evening, making up for lost time
by catching up on classes they have missed.
Jeffrey and Félix will be going to the Olympics with great confidence and faith in their own abili-
ties. Their ambition is to secure a permanent place among the world’s top eight. For these two
athletes, taking part for the sake of taking part is out of the question. As far as they are con-
cerned, they might just as well stay at home.
University sends two
hockey players to London
Denaeyer (links) en Thys combineren topsport met een studie. “Onze mede-
studenten aan de Universiteit Antwerpen zijn erg begaan met onze prestaties”.